|
Voor
Kleuters
|
Grote mensen snappen al weinig van het leven, maar voor kinderen
is echt alles nieuw. Net als iedere kleuter komt Dora elke dag weer
voor verrassingen te staan. Waarom kiest ze de grootste pop en niet
de liefste? Hoe komt het dat papa niet altijd zo sterk is als hij
hoort te zijn?
En waarom vindt ze Dave opeens de allerleukste jongen van de hele
klas?
Er
staan een heleboel verhalen over Dora Duif in het boek 'Een wang
om te zoenen'. Zie hieronder het beginverhaal 'De Hoezel'.
De
Hoezel
Dora,
papa en mama zitten in de nieuwe tuin, achter hun nieuwe huis. De
zon schijnt, papa en mama drinken thee en Dora maakt taartjes in
haar nieuwe zandbak.
|
|
|
'We hebben een verrassing voor je Dora,' zegt papa
Hij lacht, mama lacht, maar Dora kijkt benauwd.
'We hebben nu een mooi groot huis met een tuin,' zegt papa.
Dora kijkt angstig.
'Dus je mag een huisdier.'
Nu lacht Dora ook. Ze krijgen gelukkig geen baby. Dora wil graag
enigst kind blijven.
'Wat voor dier wil je graag hebben?' vraagt mama.
Dora denkt na. Ze hoeft eigenlijk geen huisdier, maar als papa en
mama het nou graag willen...
'Een poes,' zegt ze.
'We hebben pierre toch al?' zegt mama. De kat van de buren slaapt
de hele dag bij Dora op de bank. Om vijf voor zes gaat hij naar
huis om te eten. Daarna komt hij weer terug om op de tv te liggen.
'We dachten aan een ander dier,' zegt papa.
'Toen ik een klein meisje was, wou ik er altijd een. Maar dat mocht
niet van op en oma,' zegt mama. 'Het begint met een h.'
Dora zegt niets. Ze krijgt opeens buikpijn.
'Je kijkt als een uil in doodsnood,'zegt papa. 'Zo moeilijk is het
niet. Probeer het maar te raden.'
'Een hamster?' vraagt Dora.
Papa en mama schudden tegelijk hun hoofd.
'Een haasje?'
'Nee schat, Pasen is voorbij.'
'Een hertje?'
'Die wonen liever in het bos,' zegt papa.
'Een haan?'
'Die zouden de hele buurt wakker kraaien,' zegt mama.
Dora is door haar h's heen. Papa en mama kijken haar aan.
'Het is echt heel makkelijk hoor!'
'Een hoezel.'
'Wat is een hoezel?!'
'Een klein wit aapje,' zegt Dora.
'Hoezels bestaan niet,' zegt mama.
'Wel! Ik wil alleen een hoezel, anders niks!' |
|
'Je
mag geen aapjes houden als huisdier,' zegt papa. 'Zullen we het dan
maar zeggen, Rafaela? Het is een hond. Wat vind je daarvan?'
Dora pakt een vormpje en vult het met zand. Papa en mama kijken elkaar
aan.
'Dora? wil je geen hond?' vraagt papa.
Dora draait het vormpje voorzichtig om. Er komt een stevig zandtaartje
uit.
'Je kunt met een hond spelen, je kunt ermee wandelen, je kunt hem
leren opzitten en pootjes geven en je kunt hem knuffelen,' zegt papa.
Dora rilt.
'Ben je soms bang dat je er niet goed voor kunt zorgen?' vraagt mama.
'Ik help je graag.'
Liever geen hond, dank je wel,' zegt Dora.
'En ik had me er nog wel zo op verheugd,' zegt mama. 'Eindelijk een
hond. Maar nee.'
'Later, Rafaela. Als Dora het huis uit gaat.'
'Ieder kind wil een hondje. Waarom jij niet, Dora?' vraagt mama. 'Leg
me dat nou eens uit.'
'Alle honden moeten weg!' Dora slaat met haar schep de taartjes kapot.
'Ze eten kinderen!'
'Dat was de wolf in Roodkapje,' zegt mama.
Papa gaat naast Dora in de zandbak zitten.
'Eten honden kinderen?' vraagt hij. 'Waar heb je dat gezien?'
'In het park bij opa en oma,' zegt Dora. 'Opa en ik gingen wandelen.
Opeens was er een hele grote zwarte hond. Hij holde naar me toe. Hi
botste tegen me op. Hij had grote scherpe tanden en hij wou me opeten,
maar opa sloeg hem op zijn kop met de paraplu. Toen rende de hond
weg. Op zei: "Niks zeggen tegen papa en mama. Anders worden ze
boos op mij." Zijn jullie nou boos?'
'Natuurlijk niet. Opa kon er toch niets aan doen,'zegt mama.
'Hij jaagde de boze hond weg!' zegt Dora.
'Knap van hem,' zegt papa. Hij slaat zijn arm om Dora heen. 'Je was
zeker wel bang.'
'"Dora is flink," zei opa. Ik hoefde niet te huilen.'
Dora drukt har neus tegen papa's overhemd. Papa wiegt haar heen en
weer. Nu moet toch huilen.
'Arme meid,' zegt papa. 'Hier komt geen hond in huis.'
'Dat zou pierre ook niet goed vinden,' zegt mama. Ze gaat naast Dora
zitten.
Dora laat zich uitgebreid knuffelen en kussen.
Ze krijgt geen broertje of zusje.
Ze hoeft geen hond.
En straks eten ze pannekoeken. |
Miepje uit 'Miepjes fantastische vlechten' redt met haar meterslange vlechten
mens en dier
uit moeilijke situaties.
Ze temt er boze honden mee, ze redt Duitse toeristen uit zee, kinderen
uit brandende huizen en Piet uit een schoorsteen. Ze maakte superijsjes
en slagroomtaart van haar vlechten, die ook handig blijken te zijn bij
het verhuizen.
Én...: 'Miepjes fantastische vlechten' is het eerste boek dat Georgien
Overwater illustreerde!
Net als Miepje
werden ook de verhalen uit 'Lola de beer' en 'Koningin Bee' in Sesamstraat
voorgelezen. En beide boeken werden door de inmiddels wereldberoemde Georgien
geïllustreerd.
'Lola de Beer' is vertaald in het Japans, Engels, Frans, Duits, Italiaans,
Noors, Zweeds en Deens. Lola de beer is een vrouwtjesbeer met een geel
jurkje met rode stippen.
Noor krijgt die lieve eigenwijze beer kado voor haar verjaardag. En al
had ze liever een
pandabeer gehad, al gauw zijn ze onafscheidelijk.
Samen
maken ze Lola-soep, gaan naar Madurodam en het strand, kopen nieuwe schoenen,
en pikken een zak spekjes. Lola wordt verliefd op beer Henk, en pappa
moet een nieuwe jurk voor haar maken. Lola gaat mee naar het ziekenhuis
als Noors amandelen eruit moeten worden gehaald.
Maar op hun laatste tocht naar de dierentuin is Lola opeens verdwenen...
Verhaaltje
uit Lola:
Lola de Beer is nu ook op cd te beluisteren, zie www.luisterverhalen.nl
"Noor
en Lola zitten gezellig naast elkaar op de bank. Ze bekijken samen een
boek. Dan hoort Noor: rommelrommelrommel
‘Hoor je dat Lola? ’t Gaat onweren!’
‘Nee joh, da’s m’n buik, ’gromt Lola, ‘ik heb honger. Ik wil eten.NU!’
‘Wil je een boterham met pindakaas?’
‘Ik vind pindakaas vies!’ roept Lola. ‘Breng me maar naar de keuken, dan
maken we
Lola-soep.’
Noor zet Lola op het aanrecht. Zo kan de beer alles goed zien.
‘Pak een grote pan en vul ‘m met heet water,’ zegt Lola.
Noor houdt een pan onder de kraan. Dan zet ze de zware pan naast Lola
op het aanrecht.
 |
‘Wat
moet er nog meer in?’
‘Een pakje boter,’ zegt Lola, ‘drie poten suiker,en drie poten bloem.
Eén poot is een theekopje vol.’
Noor gooit de suiker, de boter en de bloem in de pan.
‘Nou goed roeren!’ zegt Lola.
Maar de boter wil helemaal niet smelten.
‘Geeft
niks!’ zegt Lola, |
‘nou een scheut limonadesiroop, één poot Bambix en twee beschuiten.
Die beschuiten moet je kapotmaken.’
‘En nou?’ Noor veegt haar handen aan haar trui af.
‘Een half pak vanillevla en tot slot een pot chocoladepasta.’
‘Een héle pot?’ vraagt Noor.
‘Natuurlijk meid,’ zegt Lola, ‘anders is ’t geen echte Lola-soep.
‘Mag ik eens proeven?’
Noor
gooit de vanillevla en de chocladepasta in de pan. Daarna geeft ze
Lola een lepel soep.
‘Heerlijk!’ schreeuwt Lola. Ze steekt haar snuit in de pan en drinkt.
Noor neemt ook een lepel soep.
‘Lola-soep is de lekkerste soep
van de hele wereld!’ zegt ze.
Pappa komt de keuken binnen. Hij kijkt of hij ergens heel erg
van schrikt.
‘Neem gauw wat soep, pappa,’ zegt Noor, ‘Lola heeft de pan al
bijna leeg.’
Pappa
kijkt vies, maar hij neemt een hapje.
|
|
‘Lekker hè? Hebben ik en Lola zelf gemaakt!’
‘Gaatbestwelja,’ mompelt pappa.
‘Lola vraagt of we nog wat soep mogen maken,’ zegt Noor.
‘"NEE!"’
schreeuwt pappa. Noor en Lola kijken elkaar verbaasd aan. Wat heeft-ie toch?
Zou hij ziek geworden zijn van de Lola-soep?"
Koningin
Bee
Koningin
Bee is de baas in de bijenkorf.
Ze heeft twee kinderen, kroonprinses Bibi en prins Baltasar. Ze heeft
het druk met vorstinnen te ontvangen, op bezoek te gaan bij haar hommelfamilie,
honingproefwedstrijden,en haar volk te beschermen tegen roofbijen,
koolzaadkevertjes, honden en boze bijenkoninginnnen.
Gelukkig is Bee slim genoeg om alles en iedereen aan te kunnen. Maar
soms wordt het drukke hofleven haar te zwaar, en dan gaat ze buiten
schilderen. Of ze droomt van haar knappe neef prins Brum, die aan
kwam vliegen met een doos vol honingbonbons en belooft Bibi en Baltasar
de dubbele salto te leren. |
|
Verhaaltje
uit Koningin Bee:
Bee
krijgt koninklijk bezoek
"
‘Ligt de rode loper uit?’ riepen de bijen. ‘Staat het koor klaar? Daar
komt ze: de koningin van de Kaapse bijen. Buigen en zingen, jongens!’
Koningin Bee stond bij de ingang van de korf. Ze boog diep toen de dikke
bijenkoningin binnenschreed, en zei: ‘Welkom majesteit.’
‘Wat zegt u?’ riep de koningin. ‘Dat koor schreeuwt zo hard dat ik u niet
kan horen.’ Bee stak haar poot op en het bijenkoor zweeg beledigd.
‘Welkom, majesteit Netje. We zijn blij dat u ons huis met een bezoek vereert.’
Netje keek om zich heen. ‘Dank u, koningin Bee. Wat een schattig klein
korfje heeft u.’ Klein korfje?! dacht Bee, maar ze zei beleefd:
‘U zult wel moe zijn na zo’n lange vliegreis. Gaat u alstublieft zitten.’
‘Zak ik dan niet door dat oude stoeltje heen?’ vroeg Netje.
‘Dat stoeltje is heel stevig,’ zei Bee. ‘Een olifant zou erop kunnen zitten.’
‘Bedoelt u daar soms iets mee?’ vroeg Netje.
‘Helemaal niet! U ziet er juist zo gezond uit.’
‘Wilt
u een glaasje honing?’ Netje knikte, en Bee’s hofdame gaf haar het glaasje.
Netje rook aan de honing.
‘ ’t Is toch geen klaver? Ik vond klaverhoning zo ordinair.’
‘Nee, deze komt van het knoopkruid.’
‘Ken ik niet. Maar affijn.’ Netje nam een hap en spoog hem direct weer
uit. Precies op Bee’s nieuwe jurk. ‘Deze rommel smaakt naar hoestsiroop!
’schreeuwde ze. ‘Hofdame, breng mij onmiddellijk wat lindenhoning uit
mijn eigen voorraad.’
Bee haalde heel diep adem. ‘Het spijt ons,’ zei ze.
|
‘Mogen
wij u onze kinderen voorstellen: prinses Bibi en prins Baltasar.’
Bibi en Baltasar maakten een diepe buiging.
‘O, zijn dat je kinderen? Ik dacht dat het spoken waren, zo mager
zijn ze,’ zei Netje. ‘Krijgen jullie wel genoeg te eten? Hebben
jullie nooit geen honger?’
‘Het is: hebben jullie nooit honger,’ zei Bee. ‘Nooit geen honger
is fout.’
‘Je kijkt op me neer, hè Bee?’ riep Netje. ‘Omdat ik niet
geboren ben als koningin, zoals jij. Omdat ik maar een gewone werkbij
was.
Kakwijf!’
‘Dat kan ons niets schelen,’ zei Bee. ‘Maar u vindt de korf te klein,
het meubilair te oud, u spuugt honing op onze nieuwe jurk en beledigt
onze kinderen! Zoiets doet een echte koningin niet. Verdwijn onmiddellijk
uit onze korf!’
‘Ik blijf hier geen minuut langer!’
|
|
Koningin Netje liep met opgeheven kop weg, gevolgd door haar hofdames.
‘Dat was natuurlijk wel een beetje onbeleefd van ons,’ zei Bee. ‘Maar we
zijn blij dat
ze weg is.’
‘Als ik groot ben, mag ik dan ook nare koninginnen wegjagen?’ vroeg Bibi.
‘Want dan wil ik misschien wèl koningin worden.’" |