Interview

Hare Koninklijke Hoogheid koningin Bee interviewt Trude de Jong en Georgien Overwater.

“Wij waren naar de Amsterdamse Jordaan gevlogen, waar de schrijfster woont. Daar stonden Trude en Georgien al op ons te wachten. Zij leken wat zenuwachtig door het hoge bezoek! Trudes haar stond recht overeind (of hoorde dat zo?) en Georgien keek ons met haar bruine ogen angstig aan. ‘Wilt u iets drinken, mevrouw?’ vroeg Trude. Keurig zette zij schoteltjes suikerwater voor ons en onze kinderen Bibi en Baltasar neer.
Ze heeft een kat!’ riep Bibi. ’Oppassen, broertje!’
‘Sorry,’ zei Trude. ‘Ik zet Frankie wel even op zolder, dan hebben jullie geen last meer van haar.’
Wij keken rond in haar kleine woning. De kleur geel kwam veel
voor, en dat beviel ons wel. Door het raam zagen wij de toren van
de Westerkerk.
‘Vliegen we straks even naar de top?’ vroeg Bibi. Wij knikten. Dat zou een leerzaam uitje voor onze kinderen zijn.
‘Heeft u zelf kinderen, mevrouw De Jong?’ vroegen wij.
‘Noemt u mij maar Trude,’ zei Trude. ‘Ik heb een dochter, Kohinoor. Ze is al dertig.’
‘Hoe oud ben jij dan wel niet?’ vroegen wij.
‘Nou eh, al vierenvijftig,’ zei Trude, en sloot haar mond beslist. We begrepen dat dit een teer punt
was voor de schrijfster.
Mensen! We zullen ze wel nooit begrijpen.
‘We zien heel veel boeken en een enorme tv,’ zeiden wij. ‘Wat doe je nog meer behalve lezen en naar dat ding staren? ’Schrijven.’
(Wij geeuwden discreet achter onze poot)
‘En ik ga graag zwemmen, en naar de film of het theater.’
‘En de schilderkunst?’ vroegen wij streng, want wij kunnen zelf heel goed schilderen. ‘O ja, ik kom ook graag in een museum, als het niet te vol is.’ De stem van de schrijfster klonk wat paniekerig.
‘Hoezo niet te vol?’ Wij vroegen dóór.
‘Ik hou niet zo van overvolle ruimtes,’ bekende Trude. ‘Daar krijg ik het benauwd van.’ ‘Dan is het maar goed dat je niet in een bijenkorf woont,’ zeiden wij.
‘Ben je nog naar school geweest, Trude?’ De schrijfster lachte.
‘Natuurlijk! Naar de basisschool en naar de middelbare school en naar de universiteit. Daar heb ik Nederlands gestudeerd.’
‘Geweldig! Kun je daar nog wat mee doen?’

‘Voor de klas staan, majesteit. Mevrouw! Maar schrijven vond ik leuker.’
Wij hebben nu wel genoeg gehoord,’ zeiden wij.
‘Mevrouw Overwater!’ De slanke tekenares sprong overeind van schrik.‘Gaat u gerust weer zitten, mevrouw. Of mogen wij Georgien zeggen?’
‘Natuurlijk majesteit.’
‘Vertel ons eens iets over jezelf, meisje?’
‘Ik ben geboren in Gorinchem.’ Geen idee waar dat gehucht ligt, maar wij zeiden beleefd: ‘O, werkelijk?’
‘Daarna ging ik naar de kunstacademie in Arnhem.’
‘Dan moet je wel een getalenteerde baby zijn geweest.’ Georgien bloosde.
‘Na de middelbare school, mevrouw. Neemt u me niet kwalijk.’
‘Zo schieten wij natuuurlijk niet op!’ De tekenares keek zo sip, dat wij snel zeiden: ‘We hebben in de boekwinkel rondgevlogen, en zagen daar een heleboel boeken die jij hebt verluchtigd met prachtige tekeningen. Je bent wel een nijver bijtje.’
‘Och,’ zei Georgien bescheiden. ‘Soms neem ik even vrij om te gaan schaatsen of naar de Bijenkorf te gaan.’
‘Welke bijenkorf?!’
Het zou toch niet die van onze aartsvijandin Miralda zijn?
‘Het mensenwarenhuis op de Dam, mevrouw.’
‘Dan is het goed, lief kind. ‘Vertel ons eens, waarom zijn jouw tekeningen anders dan die van anderen?’

Georgien zweeg. ‘Haar tekeningen zijn de allergrappigste die ik ken,’ zei Trude. ‘En ze tekent nooit duf na wat ik opschrijf. Juist niet! In haar tekeningen is veel meer te zien dan in de tekst staat. En je kunt altijd goed zien wat de mensen of dieren die ze tekent voelen en denken. En…’
‘We begrijpen het,’ onderbraken wij de overenthousiaste schrijfster.
‘Wat kan Georgien eigenlijk niet tekenen?’
‘Zij kan alles!’ riep Trude.
‘Paarden,’ piepte Georgien. ‘Ik maak er altijd een bol van op stokjes.’
‘Weet u dat Georgien ook heel goed animatiefilmpjes kan maken? Voor Sesamstraat bijvoorbeeld.’
‘Wil je nu je mond even houden, Trude? Jij bent al aan de beurt geweest.’
‘Ja mevrouw.’
‘Mooi zo.’
‘Georgien, kennen ze in het buitenland je werk ook?’
‘Mijn illustraties zijn verschenen in België, Duitsland, Engeland, Frankrijk, Japan, Italië, Noorwegen, Zweden, Denemarken, Amerika…’
‘Amerika? Dan zul je wel schatrijk zijn!’ Tsja…
‘Waarom draag je dan geen goud en diamanten?’
‘Zo rijk word ik er nou ook weer niet van,’ zei Georgien eerlijk.
‘Schande! Wereldberoemd en nog geen juwelen!’
‘Maar ik vind het heel leuk werk,’ zei de bescheiden tekenares.
‘Mammie? Gaan we naar huis?’ zeurde Baltasar. ‘Ik verveel me zo.’
‘Zal ik jullie voorlezen?’ vroeg Trude.
‘Zoem!’ zeiden de kinderen, en ze streken neer op Trudes schouders.

Na het voorlezen wilden de kinderen per se weg. Er was geen land meer met ze te bezeilen!
Wij hebben de rest van de vragen maar bij Trude achtergelaten. Ze heeft ons beloofd dat ze er antwoord op zal geven.
Het was een gezellig bezoekje. Het is altijd goed voor een vorstin om met het gewone volk te praten. Soms hebben ze wel iets aardigs te vertellen, maar het moet natuurlijk niet te lang duren.
Onze tijd is kostbaar!

Een koninklijke poot,

Koningin Bee